Woordenlijst situatie 29 "Inburgering"
de machine
Vroeger stonden er veel machines in een fabriek.
Tegenwoordig staan er veel computers in een fabriek.
knipperen
Als lampen knipperen dan gaan de lampen aan en uit.
Een knipperlicht is dus een licht dat aan en uit gaat.
Bij een spoorwegovergang staan meestal knipperlichten.
de volgorde
Zet de woorden in alfabetische volgorde.
Eerst komen de woorden met een A,
dan de woorden met een B
en daarna de woorden met een C enzovoorts.
de handeling
Een handeling is één of meerdere activiteiten om een doel te bereiken.
Bijvoorbeeld een operatie is een medische handeling.
De doel is: Proberen iemand te genezen. (= iemand beter maken)
afmeten
Bij het koken moet u de juiste hoeveelheden afmeten.
In het kookboek staat bijvoorbeeld hoeveel gram rijst u nodig heeft.
Dat moet u dus afmeten. © abc-wandeling.nl
uitzetten
Ik zet de televisie uit. Het is laat, ik ga naar bed.
nadoen
De docent doet iets voor.
En de leerlingen doen het na.
Ze doen hetzelfde als de docent.
indrukken
Als je achter de computer werkt,
moet je toetsen indrukken om wat te kunnen schrijven.
reinigen
In grote steden worden de straten gereinigd.
De straten worden daar schoongemaakt.
Reinigen is een ander woord voor schoonmaken.
de schakelaar
Met een schakelaar kunt u iets aan- of uitdoen.
Bijvoorbeeld een lichtschakelaar.
Daarmee doet u de lamp aan of uit.