Terug                                    Menu inhoud

Nazeggen    "Inburgering"

 

1 Oh ja!

2 Pas op!

3 Ga weg!

4 Nee toch!

5 Kom hier!

6 Wees stil!    abc-wandeling.nl

7 Ga zitten!

8 Liever niet!

9 Jammer dan!

10 Vandaag niet!

 

11 Hier ben ik!

12 Wat zoek je?  abc-wandeling.nl

13 Houd je mond!

14 Daar komt ze!

15 Dat geeft niets!

16 Dag, tot ziens!

17 Een fijn weekeind.

18 Wees toch voorzichtig!

19 Wapens zijn verboden!

20 Uw geboortedatum graag.

21 Alstublieft uw postpakket.

 

22 Ik heb een afspraak.

23 Kan ik u helpen?

24 Het is half negen.    abc-wandeling.nl

25 Ik drink nooit wijn.

26 Natuurlijk, ik doe mee.

27 Kom, we gaan fietsen!

28 Wat een lekkere soep!

29  Mijn vriendin komt zo.

30 Bedankt voor de hulp.

31 Bah, het regent weer.

32 Ik maak soep klaar.

33 Nee, dank u wel.

34 Heeft u ook suiker?

35 Wat ben je laat!

36 Drink je thee op!

37 Mag ik wat vragen?

38 Ik moet zo weg.

39 Ik neem de lift.

40 Hallo, is daar iemand?

41 Dat doen we niet!

42 Daar is de apotheek!

43 Dank u wel dokter.

44 Hier is de gemeentegids.

45 Daar loopt mevrouw Jansen!

46 Daar staat de nietmachine.

47 Dit is een peuterspeelzaal.

48 Een pakje paracetamol graag.

49 Welke medicijnen gebruikt u?

50 Waar is mijn bibliotheekpas?

51 Even een nummertje trekken.

52 Wat een lange straat!   abc-wandeling.nl

53 De verhuiswagen staat voor.

54 Daar komt de postbode.

55 Natuurlijk, zeg het maar.

56 Mijn mobiel is gevallen.

57 Nou, vooruit dan maar!

58 Een gesneden bruin graag!

59 Nee hoor, geen belangstelling.

60 Ik doe lopend boodschappen.

 

61 Heb je geld bij je?  abc-wandeling.nl

62 Waar ga je naar toe?

63 De lamp staat op tafel.

64 Ik was morgen wel af.

65 Wat wil je vanavond eten?

66 Je bent een letter vergeten.

67 Waar is mijn krant gebleven?

68 De tandarts wacht op u.

69 Bij wie bent u verzekerd?

70 Ik loop naar de brievenbus.

71 Hoe warm wordt het vandaag?

72 Er heeft een collega gebeld.

73 Hoe laat is het nu?   abc-wandeling.nl

74 Die is niet van mij.

75 Mag ik er even door?

76 Ja hoor, ga je gang.

77 Doe de deur even open!

78 Kom we gaan naar huis.

79 Ik ga met Roos wandelen.

80 Kom je even boven kijken?

81 Wilt u een boodschap doorgeven?

82 Wat een mooie dag vandaag!

83 Ik ga met kennissen weg.

84 Sorry, ik ben morgen verhinderd.

85 Jammer, ik wilde vanavond koken.

86 Ik ga naar huis, dag!  abc-wandeling.nl

87 Wanneer gaan we naar huis?

88 Opeens ging de verlichting uit.

89 Wie heeft er nog vragen?

90 De man leest zijn krant.

91 Zet de pan maar neer.

92 Ik pak de soeplepel wel.

93 Kom we gaan koffie drinken.

94 De kinderen spelen op straat.

95 Vooruit, ik doe ook mee.

96 De tafel heeft vier poten.

97 Ja graag, schenk maar in!

98 Ik heb geen andere keus.

99 Neem de vuilnisbak even mee.

100 Ik ga naar het consultatiebureau.

101 Morgen wordt het mooi weer.

102 Kunt u vijftig euro wisselen?

103 Ik ben mijn portemonnee vergeten.

104 Kom dadelijk even koffie drinken!

105 Ik kijk s avonds naar het nieuws.

106 De vrouw heeft lang zwart haar.   abc-wandeling.nl

107 Elke les maken we schrijfoefeningen.

108 Waar liggen de papieren zakdoeken?

109 Wie heeft verstand van belastingsformulieren?

 

110 Ik ben blij je te zien.

111 Morgen ga ik een dagje uit.

112 De auto staat in de garage.

113 Ja dat is een goed doel.

114 Nee, ik heb nu geen zin.

115 Het is tijd om te pauzeren.

116 De fles staat op de tafel.

117 De lepel ligt naast het bord.

118 Ik heb geen geld bij me.   abc-wandeling.nl

119 Die jas staat je heel goed.

120 Ik ben moe, ik ga slapen.

121 Wat is er boven te zien?

122 Het regen al de hele dag.

123 Oh, ik had hem niet gezien.

124 Deze cursus is wel erg duur.

125 De vuilnisbak staat in de tuin.

126 Morgen is er weer een dag.

127 We komen samen in de aula.

128 Ik slaap in het weekeind uit.

129 De melk staat in de koelkast.

130 Mag ik uw paspoort even zien?

131 Dat kan ik me niet herinneren.

132 Wat jammer, dat je weg gaat!

133 Je mag hier maar vijftig rijden.

134 De meterkast is naast de voordeur.

135 De werktijden staan in uw contract.

136 De kopieermachine staat in de gang.

137 U kunt hier werken als keukenhulp.

138 In het tweede straatje links achterin.

139 We nemen de trein naar Roermond.

140 Hij is geslaagd voor zijn rijexamen.

141 Ik stuur mijn vrienden een adreswijziging.

142 In openbare gebouwen is een rookverbod.

143 Onderweg stappen we over in Eindhoven.

144 Deze leerkracht werkt op een basisschool.

145 Dit formulier graag even invullen alstublieft.

146 Het Nederlandse alfabet heeft zesentwintig letters.

 

147 Nee, ik heb er geen zin in.

148 Heb je zin om mee te eten?

149 Het is laat, ik ga naar bed.

150 Ik krijg nog tien euro van je.

151 Dat geld heb ik je al gegeven.

152 Er zit een muis in ons huis.

153 Ik zal het aan de chef vragen.

154 Mag ik dat boek van je lenen?

155 Ik sta bij de kassa te wachten.

156 Sorry, nu heb ik even geen tijd. 

157 Waarom ga je zo vroeg naar huis?

158 Kom je morgen ook op het feest?

159 De melk zit in het bruine kannetje.

160 Het is lente, de bomen lopen uit.

161 Ik maak elke week de keuken schoon.

162 Zonder bon kan er niet geruild worden.

163 Ik hoop dat het vandaag gaat sneeuwen.

164 Van al die problemen krijg ik hoofdpijn.

165 De stoep is bedoeld voor de voetgangers.

166 Met mooi weer zitten veel mensen buiten.

167 Met een tandenborstel poets ik mijn tanden.

168 Waarom kom je morgen geen koffie drinken?   abc-wandeling.nl

169 Een ziekenwagen met zwaailicht krijgt meestal voorrang.

 

170 Het is leuk om je weer te zien.

171 Ik ga met de bus naar mijn werk.

172 Ik kom elke dag om half zeven thuis.

173 Ik hoop dat zij weer snel beter wordt.

174 Het is een lang verhaal om te vertellen.

175 De appel valt niet ver van de boom.

176 De docent heeft de leiding in de klas.   abc-wandeling.nl 

177 De cursist zit in de gang te wachten.

178 Ik kijk niet zo veel naar de televisie.

179 Pas op! Er komt een wagen van rechts.

180 Ik hoop niet dat het straks gaat vriezen. 

181 Jammer, ik heb de bon thuis laten liggen.

182 We zijn nu op de afdeling Sociale Zaken.

183 Ik wil een afspraak maken met de bedrijfarts.

184 Op het stadhuis kunt u uw rijbewijs verlengen.

185 De vuilniswagen komt n keer per week langs.

186 Het politiebureau is op de tweede kruising linksaf.

187 In een supermarkt is het zaterdags meestal druk.

 

188 Ik doe mijn jas aan, ik heb het koud.

189 Ik weet het niet, ik heb geen flauw idee.

190 Mijn huis is niet groot, maar ook niet klein.

191 Om elf uur s avonds lig ik meestal in bed.

192 Aan de muur hangt een foto van het gezin.

193 Ik zit elke dag drie uur achter de computer.

194 Ik kom gelukkig altijd op tijd op mijn werk.

195 Hij heeft gevraagd of je direct terug wil bellen.

196 Henk is ziek, hij komt niet naar de vergadering.

197 Op een koopavond ga ik graag naar het centrum.

198 Ik klopte op de deur, maar er reageerde niemand.

199 Op mijn vrije dag maak ik meestal een wandeling.   abc-wandeling.nl

200 Ik pak even mijn polis van de inboedelverzekering erbij.

 

201 Ik weet het niet, ik voel me niet zo lekker.   abc-wandeling.nl

202 Kijk maar om je heen, hoe mooi het hier is.

203 Ik heb morgen geen tijd, ik moet nog veel doen.

204 Ik kijk eerst even naar het nieuws op de televisie.

 

205 Kan ik deze jurk ruilen, hij is te klein voor mij.

206 Ik stuur je wel een kaart als ik op vakantie ben.   abc-wandeling.nl

207 Ik heb al tien keer gebeld, maar er wordt nooit opgenomen.

208 Een spaarlamp is duur in de aanschaf, maar goedkoop in gebruik.

 

209 Het boek ligt op de stoel in de hoek van de kamer.   abc-wandeling.nl

210 Ik denk dat de oude vrouw doof is, ze geeft geen antwoord.

 

211 Ik ben blij dat ik buiten ben, wat is het daar binnen benauwd.

 

                                    Terug                                    Menu inhoud