Terug               Liggen/Leggen         Menu inhoud

Wanneer gebruiken we deze werkwoorden?

"Liggen" bij rust. Het onderwerp is passief.

Bijvoorbeeld: Ik lig te slapen. Ik lag te slapen. Ik heb in bed gelegen. / De boeken lagen op tafel.

"Leggen" bij beweging. Het onderwerp is actief.

Bijvoorbeeld: Ik leg de krant op tafel. Ik legde de krant op tafel. Ik heb de krant op tafel gelegd. / We legden onze pen op tafel.

 

Klik de oefening aan !

Oefening A bestaat uit acht zinnen.

Oefening B bestaat uit acht zinnen.

Klik het juiste woord aan !

Maak je een fout, dan kom je weer op deze pagina terug.

Lees dan nog een keer wat in het kader staat en klik weer op de oefening.

Oefening A                  Oefening B