Terug         Archief     Hoofdmenu

 

september 2005

 

Een kleine wandelgeschiedenis

In onze tijd is wandelen heel normaal. Je trekt je wandelschoenen aan en je loopt de deur uit met of zonder rugzak. En je gaat op pad, spontaan of voorbereid. Maar hoe was dat in vroegere tijden?

In het onderstaande stuk vliegen we door de tijd / door de eeuwen met onze blik gericht op "lopen / wandelen", we springen van periode naar periode.

In de prehistorie ging men te voet op zoek naar voedsel. De vrouwen verzamelden meestal vruchten, kruiden, paddestoelen, eetbare planten en noten, terwijl de mannen op jacht gingen. Men was bezig met de eerste levensbehoeften, eten, drinken en onderdak. De jacht leverde eten, huiden en beenderen op. De huiden kon met gebruiken om kleding van te maken of men verwerkte ze in de bouw van hun hutten. Ook de beenderen werden gebruikt om er gebruiksvoorwerpen of sieraden van te maken. Dit alles had dus niets met wandelen te maken, maar met overleven.

De Grieken marcheerden met grote legers honderden en soms duizenden kilometers om een land aan te vallen of te bezetten. De Romeinen deden dit later ook en zij legden als eerste in de Europese geschiedenis geplaveide wegen aan. Er ontstond een heel netwerk van verharde wegen met mijlpalen. Aan een mijlpaal kon je zien hoe ver het nog was naar de volgende stad. Over deze wegen trokken de legers. Het grootste deel van zo'n leger bestond uit voetvolk. Lopen en vechten was hun werk.

De filosofen uit zowel de Griekse periode als uit de Romeinse tijd, maakten waarschijnlijk wel eens een wandeling om een theorie te overdenken of om met vakgenoten tijdens het wandelen van gedachte te wisselen.

In de middeleeuwen ontstonden in Europa de pelgrimstochten naar een heiligdom of naar het graf van een heilige. Veelal werd er gebruik gemaakt van oude Romeinse wegen, die in de loop van de eeuwen in verval waren geraakt. De pelgrims volgden deze wegen op weg naar hun doel uit devotie. Zij waren maanden of jaren onderweg. En sommige pelgrims overleefden zo'n tocht niet door ziekte of werden onderweg vermoord.

Eén van de bekendste pelgrimsroute in Europa was en is nog steeds die van Santiago de Compostela, alleen de intentie van de lopers van nu is veelal niet dezelfde dan van die in de middeleeuwen. 

Een andere reden om te lopen / wandelen was domweg om zichzelf te verplaatsen. Ik denk hierbij met name aan de marskramers, die hun koopwaar aan de man probeerden te brengen. Het "lopen" hoorden ook bij hun werk. Het was voor hen noodzaak om te kunnen verkopen. Zo liepen ze van dorp naar dorp of stad en  waren ze dagen of maanden onderweg.

In het algemeen zocht niemand in die tijd de natuur vrijblijvend op. De natuur werd als gevaarlijk beschouwd, als onveilig, als woest land met moerassen. Je had daar dus niets te zoeken, los van het feit of je daar wel de tijd voor had. Daarnaast waren de paden / wegen moeilijk begaanbaar en was de kans dat je werd beroofd niet uitgesloten. En voor het donker werd, was het raadzaam een onderkomen gevonden te hebben.

Aan het begin van de Renaissance komt er meer aandacht voor de natuur. Dit blijkt vooral uit de schilderijen uit die tijd. De natuur wordt niet meer als opvulling voor de achtergrond van een portret gebruikt, maar de natuur komt centraal te staan. Deze belangstelling zet zich voort via de Romantiek naar onze tijd. Met dit verschil dat de natuur in eerste instantie werd gewaardeerd door de welgestelden, zij zaten in de luxe situatie om daar tijd voor te hebben. De gewone man moest hard werken om in leven te kunnen blijven. Dit gold tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw. Eigenlijk nog niet zo lang geleden dus!

Jean-Jacques Rousseau, Frans wijsgeer uit de 18de eeuw, wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne natuurervaring. In zijn boek "Overpeinzingen van een eenzame wandelaar" nummert hij de hoofdstukken als "Wandelingen". Daarin valt te lezen dat "Wandelen" een vrije manier van denken is. De wandelaar heeft geen duidelijk omschreven doel, maar laat zich rustig mee voeren door de stroom van gedachten. Hij ziet wel waar het eindpunt ligt en hoe lang de wandeling uiteindelijk zal duren, al slenterend kan hij helemaal zichzelf zijn. Tussen de regels door proef je de Verlichting en de Romantiek.

In de 19de eeuw ontstonden er netwerken van kerkpaden. Er werden door de kerkgangers afstanden gelopen, die binnen een aantal uur af te leggen waren. De meeste mensen woonden toen nog buiten het dorp of de stad op het platteland. Deze manier van wonen veranderde pas in de tweede helft van de 19de eeuw, de tijd van Industriële Revolutie.

In 1850 reisde men nog gemiddeld 15 uur van Utrecht naar Groningen. De wegen waren moeilijk begaanbaar en er waren weinig bruggen, zodat men meestal bij een rivier overgezet moest worden door iemand, die dat tegen betaling deed. Zo'n persoon stond niet met een bootje op je te wachten, je moest hem eerst nog zien te vinden. Ook in die tijd was het niet verstandig om 's nachts te reizen.

In het begin van de twintigste eeuw kreeg wandelen een sociaal karakter. In sommige dorpen en steden flaneerden de inwoners door de hoofdstraat van hun woonplaats om op die manier gezien te worden en / of om in contact met anderen te komen. Ook dit was slechts weggelegd voor de genen die het financieel wat ruimer hadden. 

Rond 1930 ontstonden in Nederland de eerste wandelverenigingen, meestal ontstonden deze uit gymnastiekverenigingen, die regelmatig trainingstochten organiseerden. In de jaren 60 / 70 bereikte de wandelsport zijn hoogtepunt. Daarna ging het berg afwaarts, geen groepsverbanden, geen uniformen, geen borst vol medailles! Het was niet meer in om je zo te gedragen, het was de tijd van de Flower Power, dit speelde zich ook af in de jaren 70. In de jaren 90 komt er een lichte opleving bij de jongeren om samen te gaan wandelen, maar dan wel zonder uniform. Goed, een zelfde t-shirt met dezelfde tekst erop is acceptabel.

In onze tijd zijn het in Nederland vooral de mensen vanaf veertig jaar die het wandelen voortzetten, zowel bij wandeltochten als wandelingen door de natuur. De slogan is nu: "Wandelen is gezond voor je lichaam en geest". 

Kort samengevat zien we dat het lopen / wandelen in de loop van de eeuwen steeds in een ander licht heeft gestaan én dat het "recreatief wandelen voor iedereen" nog niet zo lang bestaat. Het lijkt nu zo gewoon en sommigen vinden het saai, maar eigenlijk is het een luxe om te kunnen wandelen. Het hangt er maar vanaf vanuit welk perspectief je "het wandelen" bekijkt. Momenteel wordt "wandelen" sterk aanbevolen in verband met stress en / of overgewicht. Wandelen is niet alleen gezond, maar je kunt er ook nog van afvallen.

De volgende website is de moeite waard: http://nl.wikipedia.org

 

Terug         Hoofdmenu